Kunstschaatsen is een sport die mensen al meer dan honderd jaar in zijn ban houdt. Op het ijs verbinden schaatsers technische sprongen, pirouettes en vloeiende bewegingen tot één geheel. Het ziet er moeiteloos uit, maar achter elke uitvoering schuilt jarenlange training. Van jonge beginners tot wereldkampioenen: de sport trekt mensen van alle leeftijden aan. En wie er eenmaal naar kijkt, begrijpt al snel waarom.

De geschiedenis van het ijsdansen en de figuurschaatssport

De sport ontstond in de negentiende eeuw in Europa. Eerst was het meer een hobby voor welgestelde mensen die patronen in het ijs tekenden, de zogenoemde verplichte figuren. Later kwamen de vrije programma’s, waarbij schaatsers zelf mochten bepalen welke bewegingen ze maakten. In 1908 werd het figuurschaatsen voor het eerst opgenomen in de Olympische Spelen. Dat was in Londen, niet tijdens de Winterspelen maar tijdens de Zomerspelen. Het ijsdansen, waarbij koppels samen op muziek bewegen, werd pas in 1976 een officieel olympisch onderdeel. Nederland heeft door de jaren heen verschillende sterke schaatsers voortgebracht die op internationale podia goed presteerden.

Wat schaatsers doen tijdens een wedstrijd

Een wedstrijd in het figuurschaatsen bestaat tegenwoordig uit twee delen: het kort programma en het vrije programma. In het kort programma moeten schaatsers verplichte onderdelen uitvoeren binnen een vaste tijd. Denk aan een specifieke combinatiesprong of een bepaald type pirouette. Het vrije programma geeft meer ruimte voor eigen keuzes, maar is technisch gezien nog veel zwaarder. Schaatsers worden beoordeeld op twee gebieden: de technische waarde van hun sprongen en draaien, en de uitvoering, waarbij de jury kijkt naar muzikaliteit, houding en verbinding tussen de bewegingen. Eén fout, zoals een val bij een quadruple jump, kan een schaatser ver terugwerpen in de ranglijst.

De zware trainingen achter de glinsterende pakjes

Achter de glanzende kostuums en de soepele bewegingen gaat een intensief trainingsproces schuil. Jonge schaatsers beginnen vaak al op vierjarige leeftijd en staan dagelijks vroeg op om de ijsbaan te halen voordat school begint. Een professionele schaatser traint gemiddeld vier tot zes uur per dag, zowel op het ijs als erbuiten. Buiten het ijs werken ze aan spierkracht, lenigheid en balans. Op het ijs herhalen ze dezelfde sprong soms honderden keren totdat die perfect zit. De meest gebruikte sprongen hebben namen als de axel, de lutz, de flip en de salchow. De axel is de enige sprong waarbij de schaatser voorwaarts afzet en is daarmee technisch gezien de moeilijkste. De quadruple axel, waarbij de schaatser vier en een halve omwenteling maakt, wordt door bijna niemand ter wereld beheerst.

Kunstschaatsen in Nederland: clubs, banen en kansen

In Nederland is kunstschaatsen minder groot dan het snelheidschaatsen, maar de sport leeft zeker. Door het hele land zijn ijsbanen waar schaatsclubs actief zijn en lessen worden aangeboden. Kinderen kunnen via de schaatsschool beginnen met de basistechnieken en daarna doorstromen naar een vereniging als ze verder willen. De Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond organiseert nationale kampioenschappen en begeleidt talentvolle schaatsers op weg naar internationale wedstrijden. Het niveau in Nederland is de afgelopen jaren gestegen, mede doordat er meer aandacht is voor talentontwikkeling en betere begeleiding beschikbaar is. Ook recreatief is het populair: veel mensen gaan een keer per jaar naar een openbare ijsbaan en proberen een pirouette of een sprong, al is dat voor de meesten heel wat lastiger dan het eruitziet.

Veelgestelde vragen

Hoe wordt een schaatser beoordeeld bij kunstschaatsen?
Bij figuurschaatsen kijkt de jury naar twee dingen: de technische waarde en de uitvoering. De technische waarde hangt af van welke sprongen en draaien een schaatser uitvoert en of die goed landen. De uitvoering gaat over houding, muzikaliteit en de vloeiendheid van het programma als geheel.

Wat is het verschil tussen figuurschaatsen en ijsdansen?
Bij figuurschaatsen rijdt een schaatser solo of in paren en zijn grote sprongen een belangrijk onderdeel. Bij ijsdansen rijden twee mensen samen en ligt de nadruk op het bewegen op de muziek. Grote sprongen zijn bij ijsdansen niet toegestaan; het gaat meer om de afstemming tussen de twee schaatsers.

Vanaf welke leeftijd kan een kind beginnen met kunstschaatsen?
Kinderen kunnen beginnen met kunstschaatsen vanaf ongeveer vier jaar. Op die leeftijd leren ze eerst hoe ze veilig kunnen schaatsen en vallen. De meeste clubs bieden ook lessen aan voor kinderen vanaf zes of zeven jaar die al een beetje kunnen schaatsen.

Wat is een axel en waarom is die zo moeilijk?
De axel is een sprong waarbij de schaatser voorwaarts afzet en achterwaarts landt. Omdat de schaatser een halve extra omwenteling maakt vergeleken met andere sprongen, is de axel technisch gezien de zwaarste sprong. Een drievoudige axel telt drie en een halve omwenteling en wordt slechts door een kleine groep topschaatsers beheerst.